Ernstige verzakking na verbouwing
Een relatief eenvoudige woning wordt voorzien van een extra etage op de aanbouw. Vervolgens ontstaan op diverse plaatsen grote verticale en wijkende scheuren. De fundering onder de uitbouw blijkt de boosdoener. Deze is anders uitgevoerd dan op de tekeningen staat aangegeven en daardoor veel minder draagkrachtig.
De eigenaar van een relatief eenvoudige jaren-30-woning uit de vorige eeuw laat na de overdracht een extra woonlaag bovenop de reeds aanwezige uitbouw plaatsen. De uitbreiding is in zeer nauwe samenwerking met een architect en een constructeur door een aannemer gerealiseerd. Enkele maanden na de oplevering begint de aanbouw langzaam los te scheuren van de woning. Op veel plaatsen in voornamelijk het nieuwe deel van de aanbouw is sprake van ernstige scheurvorming. Omdat de betrokken partijen het niet eens worden over de oorzaak – en daarmee de schuldvraag – wordt besloten de bouwpatholoog erbij te halen.
Aanbouw
De woning bevindt zich in een woonwijk in het midden van het land. Zoals eerder genoemd, betreft het een relatief klein en eenvoudig onderkomen. De woning bestaat uit twee bouwlagen met een hellende kapconstructie, uitgevoerd als een zadeldak. De aanwezige vliering is beloopbaar en wordt gebruikt voor opslag. De aanbouw is uiteindelijk net zo hoog opgetrokken als de oorspronkelijke woning. Ofwel met een extra woonlaag en een vliering op de aanbouw. Deze vliering is beloopbaar en eveneens in gebruik als opslag. Sterker nog, de vliering staat helemaal vol met boeken. Ter hoogte van de overgang van de aanbouw op de oorspronkelijke woning zijn zowel binnen als aan de buitenzijde grote verticale en wijkende scheuren zichtbaar. Vooral bovenin zijn de scheuren vrij breed. Ook in de hoeken van de kamers zijn scheuren ontstaan.
Fundering
Om meer duidelijkheid te krijgen, heeft de bouwpatholoog de fundering deels laten ontgraven. Daaruit blijkt dat de fundering onder de woning is uitgevoerd zoals de tekening vermeldt: als strokenfundering met een voetbreedte van 600 mm. De fundering onder de aanbouw is gerealiseerd als plaat met een vorstrand. De uiteindelijke aanlegbreedte van de vorstrand is ongeveer 200 mm. De plaat rust niet op een verdichte zandlaag, maar is als het ware vrijdragend uitgevoerd.
Analyse en conclusie
De scheurvorming is in feite eenvoudig te verklaren. Er is een compleet andere fundering onder de aanbouw aanwezig dan op de ontwerptekeningen van de woning met uitbouw staat aangegeven. Doordat een fundering met vorstrand in plaats van een strokenfundering is toegepast, is een veel minder draagkrachtige fundering ontstaan. De extra belasting op deze zeer smalle funderingsstroken heeft ervoor gezorgd dat de fundering onder het extra gewicht is gaan zakken. Of de zakking ondertussen een halt is toegeroepen, is nog onduidelijk. Zou de fundering onder de aanbouw zijn uitgevoerd zoals op de tekeningen van de woning, dan zou deze de extra belasting gemakkelijk hebben kunnen dragen. De tekeningen van de woning zijn het uitgangspunt geweest voor de verbouwing.
Herstel
Het herstel zal zich voornamelijk moeten richten op het verbreden van de funderingsvoet onder de aanbouw. Dit is zowel zeer ingrijpend als een kostbare onderneming. Een alternatief is het verhogen van de draagkracht van de grond onder de funderingsplaat. Dus niet alleen onder de vorstranden, maar ook daadwerkelijk onder de plaat. Dit is mogelijk haalbaar door de grond onder de vorstranden te injecteren. Daarnaast moet de ruimte tussen de plaat (begane-grondvloer) en het zandpakket worden opgevuld. Bijvoorbeeld met schuimbeton. Uitgangspunt is dat de grond dan krachtig genoeg is om de extra woonlaag op de aanbouw te kunnen dragen.
Meer informatie: bouwpathologie.nl
Rapportage en fotografie: ing. Peter Borgers, Bureau Bouwpathologie BB
Tekenwerk: Henk Heusinkveld

Dit lijkt (helaas)op de gangbare bouwpraktijk.
Architect en constructeur maken een doordacht bouwplan, en na verstekken bouwvergunning hierop wordt veelal afscheid van die 2 genomen, want als die zich ook tijdens de uitvoering hiermee moeten gaan bemoeien wordt het allemaal veel te duur.
Opdrachtgever en aannemer maken vaak zelf wel een deal, en dan ontstaan zulk soort zaken, want aannemer weet wel wat goedkopere alternatieven.
De rol van bouwtoezicht is hier ook nog onbekend.
Als architect en constructeur er wel bij betrokken zijn tijdens de uitvoering, dan staan ze er gekleurd op.
Het is de normaalse zaak dat de architect en of de constructeur de fundering vooraf controleerd. Ik moest bij de architect waar ik werkte dit altijd doen.
Zoals ik het artikel lees is de opbouw direct na de overdracht gemaakt en is er misschien nog iets op de vorige eigenaar te verhalen, hij had immers kunnen weten dat de fundering van zijn uitbouw niet volgens tekening gemaakt is.
Ik denk dat dit voor rekening van de opdrachtgever komt. Er zijn geen werkzaamheden geweest aan de fundering en als er geen opdracht is geweest voor de overige partijen, dan is dit zaak voor de opdrachtgever. Een verzekeraar kan hier denk ik ook weinig mee.
Dit geeft wel mooi de problemen aan door bij oude panden alles vanaf tekening te maken. Tijdens de bouw werd en wordt er weleens wat aangepast en dat geeft dit soort problemen.
Interessant artikel. Voor wiens rekening komen de kosten van deze dure ingreep? Is er een ‘schuldige’ aan te wijzen of is dit verzekeringswerk?