Eneco toont duurzaamheid
Het Eneco-gebouw in Rotterdam moest zo duurzaam mogelijk worden. Eneco wil daarmee zijn streven naar duurzaamheid als energieleverancier benadrukken. Het gebouw heeft een compacte vorm, flexibele indeelbaarheid en duurzame installaties, met veel PV in gevel en dak.
“Vanaf dag één was het de bedoeling om een gebouw van morgen te maken”, zegt Diederik Dam van bureau Dam & Partners Architecten. Duurzaamheid omvat volgens hem verschillende aspecten. “Soms is duurzaamheid overdrachtelijk en niet alleen feitelijk. De gebruiker moet ook het gevoel hebben dat een gebouw duurzaam is, bijvoorbeeld doordat je kunt zien dat er op die locatie energie wordt opgewekt met zonnecellen. Er is daarom zelfs nog bekeken of het zin had een windmolen op het dak te plaatsen. Maar dat was window dressing. Eneco kan zich beter bezighouden met windmolenparken op land of zee. Dat is vele malen effectiever. Daarnaast is er natuurlijk de technische duurzaamheid: de bouwwijze en de energieprestatie plus de energie- en warmte-opwekking. Een derde vorm is de intrinsieke duurzaamheid: een gebouw moet tijdloos zijn en maximale flexibiliteit hebben. Het moet op de juiste plek staan en een goede architectuur hebben; het moet prettig zijn om in te werken. Dan behoudt een gebouw zijn waarde.”
Compacte vorm
Het nieuwe Eneco-kantoor komt in de plaats van zes oude vestigingen van het bedrijf. De samenvoeging betekent een reductie van het kantooroppervlak met 40 procent: van 44.500 m2 naar 26.458 m2. De werkplekken zullen voor een deel flexibele plekken zijn. Het zijn er ook minder omdat er altijd een percentage afwezigen is. Dit is kostenbesparend, maar ook wordt er zo geen energie gebruikt voor ongebruikte ruimte.
Het gebouw maakt deel uit van een herontwikkelingsplan van een bestaand bedrijventerrein bij station Rotterdam Alexander, waarvan het stedenbouwkundig plan eveneens door Dam & Partners is getekend. In plaats van oude industriegebouwen zijn nieuwe kantoorpanden ontwikkeld, die in een parkachtige omgeving op een verhoogd maaiveld komen te staan met daaronder twee parkeerlagen. De gebouwen zijn in principe allemaal gekromd en hebben een verschillende hoogte. Bij het Eneco-gebouw zijn drie gekromde volumes van verschillende hoogte naar elkaar toegeschoven. Ze omsluiten een overdekt atrium, waardoor een deel van de buitengevel binnenpui is geworden. Door de compacte vorm is de hoeveelheid gevel beperkt. Aan de atriumzijde zijn de gevels maximaal transparant. De ramen aan de buitenzijde zijn verticaal van vorm om zoveel mogelijk licht binnen te halen. De breedte is afhankelijk van de bezonning. Om te voorkomen dat er te veel warmte binnenkomt, zijn de ramen op het zuiden het smalst. Ze zijn in diepe neggen geplaatst om zoveel mogelijk zonlicht te weren.
Flexibele plattegrond
De plattegrond is zo opgezet dat deze een zo groot mogelijke gebruiksflexibiliteit mogelijk maakt. De vrij gesloten kernen in de drie hoeken bevatten alle noodzakelijke voorzieningen en verticale verbindingen als trappen en liften. Daartussen liggen vrij indeelbare open ruimtes. Het gebouw kan zo ook in de toekomst verschillende bedrijfsprocessen in zich opnemen. De flexibele werkplekken en alle openbare en gemeenschappelijke functies zoals het restaurant, vergaderruimtes en een auditorium bevinden zich allemaal op de twee onderste lagen van het gebouw achter de groen beplante gevel. Tussen deze lagen is met vides en trappen zoveel mogelijk openheid verkregen. Een extra aanbouw over deze lagen vergroot het oppervlak voor deze specifieke functies.
Duurzaam evenwicht kosten
Het gebouw is snel gebouwd met geprefabriceerde betonelementen met 20 procent puingranulaat. Beton is misschien niet de meest duurzame variant, maar de kosten telden ook mee bij de keuze. Een voordeel van beton is wel het hoge accumulerende vermogen, waardoor het binnen langer koel blijft. Het gebouw wordt middels het luchtbehandelingssysteem verwarmd. Hierbij wordt het atrium gebruikt voor de afvoer van de retourlucht. Er is warmte- en koudeopslag in de bodem, de warmtepomp draait op groene stroom en voor de verwarming wordt ook restwarmte uit de retourleiding van de stadsverwarming gebruikt. Ruimtekoeling gebeurt met lagedruk-inductie-units (hoog temperatuurkoeling) in het plafond.
Opvallend is het grote oppervlak van 533 m2 met geïntegreerde zonnepanelen in de zuidgevel. Bovenop het dak zijn nog eens 288 stuks hoogrendement PV-panelen geplaatst en vier trackers (zonvolgsystemen). In totaal levert dit bijna 18.000 kWh per jaar op, genoeg om 51 huishoudens van stroom te voorzien. Verder is er waar mogelijk een sedumdak aangebracht en zijn er twee daktuinen.
De gevels zijn afgewerkt met witte reflecterende keramische tegels. De onderste drie lagen zijn bekleed met een verticaal beplantingssysteem, dat bij de entree naar binnen is doorgezet.
GreenCalc
Het gebouw heeft een EPC van 0,72 en een Energielabel A. De GreenCalc-score bedraagt een B. Dat komt door de grote hoeveelheid glas, waardoor de thermische isolatie niet genoeg is. Om alsnog een A te scoren had dit gecompenseerd kunnen worden met twee keer zoveel zonnecellen en/of een bio-installatie. Er is echter gekozen voor een goede balans tussen zeer duurzame en economisch haalbare oplossingen.
Diederik Dam constateert overigens dat beleggers meer dan een paar jaar geleden, genegen zijn geld te steken in duurzame maatregelen. “Dat komt vooral ook door de economische omstandigheden. We pasten 16 jaar geleden al eens WKO toe, maar dat was exceptioneel. Nu is dat goed bespreekbaar doordat de kosten van energie stijgen en er meer en goedkopere technieken zijn gekomen. De waarde van een duurzaam gebouw wordt nu anders ingeschat. Duurzame investeringen worden over een langere periode afgeschreven en minder direct in verband gebracht met de looptijd van het eerste huurcontract. Onderzoek toont zelfs een waardevermeerdering van duurzame panden aan. Ondanks de huidige moeilijke markt en grote leegstand worden duurzame gebouwen op een goede plek en met een goede architectuur nog wel verkocht.”
