Inspiratiehuis gaat Cradle to Cradle
BSH Inspiratiehuis is het eerste Cradle to Cradle kantoor dat is opgeleverd in fullservice C2C Park 20|20. Dat leverde een ware zoektocht op naar de juiste bouwmaterialen. De opvallende groene wand werd pas later aan het gebouw toegevoegd.
Bij Schiphol (Hoofddorp) wordt Park 20|20 aangelegd: een fullservice cradle to cradle park met kantoren en voorzieningen op 95.000 m2. Dit geheel volgens de ideeën van Michael Braungart en William McDonough, de grondleggers van de cradle to cradle gedachte. McDonough zelf houdt zich bezig met de ontwikkeling van het park en is ook de architect van het nieuwe Inspiratiehuis 20|20 van B/S/H Huishoudapparaten BV. Dit is het eerste gebouw dat in het park is opgeleverd.
Geen tools
“Het was een zoektocht om uit te vinden hoe we het ontwerp voor het Inspiratiehuis zo cradle to cradle mogelijk konden krijgen”, vertelt Alex Kragtwijk, projectleider van hoofdaannemer IBB Kondor. Voor de bouw van een cradle to cradle gebouw bestaan namelijk nog geen richtlijnen of tools om snel een C2C-score te bepalen.
“Als je gaat kijken wat er op de markt voorhanden is aan C2C-gecertificeerde materialen, dan blijkt dat heel beperkt. Het zijn vooral inrichtingsmaterialen en geen bouwmaterialen. We hebben er samen met de opdrachtgever en adviesbureau INNO-experts onderzoek naar gedaan. Er is een hele lijst ontstaan van toepasbare C2C-materialen. Producenten hebben zelf ook baat bij de C2C-certificering.”
Jos Lichtenberg van INNO-experts haalde tevens zijn Slimbouwen® visie erbij, waarmee hij vooral beoogt om gebouwen efficiënt te ontwerpen en te bouwen, met flexibiliteit tijdens de gebruiksfase. Verder zijn de toegepaste materialen en detailleringen beoordeeld op minimale onderhouds- en schoonmaakkosten.
Grote stappen
“Er is eerst gekeken hoe we met het ontwerp grote klappen konden maken, vervolgens is ingezoomd op de materialen en bouwmethode”, zegt Alex Kragtwijk. “Uitgangspunt bij het ontwerp van het Inspiratiehuis was dus om te beginnen met gewichtsbesparing. De toegepaste Slimline-vloer heeft maar de helft van de hoogte van een traditionele vloer met ondergehangen systeemplafond. Dat scheelt 40 cm per verdieping aan gevelhoogte. Dat is materiaalbesparing, maar de vloer is ook lichter en daardoor kan de fundering ook lichter.” De Slimline-vloer is een holle vloer met stalen liggers en een betonnen onderschil. De holle ruimte is beschikbaar voor leidingen. In de vloeren is betonkernactivering toegepast.
Er is daarnaast gekozen voor een demontabele stalen draagconstructie, omdat staal lichter is dan beton en recyclebaar is. De gevels zijn licht en transparant en bestaan uit hsb-elementen en aluminium. Aluminium is eveneens recyclebaar en tevens is terugname overeengekomen met aannemer en leverancier. De buitenkozijnen en beschietingen zijn uitgevoerd in accoya. Voor het metselwerk is de mortelloze en herbruikbare ClickBrick gebruikt. De scheidingswanden zijn licht en demontabel.
Onderzoek bouwmaterialen
De toegepaste materialen zijn zoveel mogelijk milieuvriendelijke, recyclebaar en niet giftig. Al het hout is voorzien van FSC- of PEFC-certificatie. De bouwmaterialen die in dit project toegepast zijn, zijn aanbevolen door NIBE, EPEA (kennisinstituut van Braungart, de andere geestelijke vader van het C2C-principe) en MBDC of gecertificeerd. Daarbij zijn er een 26-tal bouwproducten door MBDC onderzocht en voorzien van een score om bij twijfel de juiste afweging te kunnen maken bij het streven naar het hoogste C2C-level. Dat betrof onder meer de gevelelementen, isolatiematerialen, aluminium zonweringlamellen, houtverduurzamingsproducten en dakbedekkingsmaterialen.
Tijdens de planning en de bouw is voortdurend de duurzaamheid van de toegepaste bouw- en hulpmaterialen en maatregelen in de gaten gehouden. Gekozen is bijvoorbeeld voor prefab beton met 20% menggranulaat, gestorte betonmortel met 70% menggranulaat, waar mogelijk 100% gerecycled staal, isolatie met Ecose-technologie (een formaldehydevrij bindmiddel uit duurzame grondstoffen) en anhydriet op basis van RO-gips (gips uit verbrandingsgassen). Er is geen pvc toegepast binnen het gebouw. Er is gewerkt met herbruikbare (stalen) bekistingen (in plaats van verloren systemen of kartonkokers), milieuvriendelijke bekistingsolie, groene bouwstroom en een elektronisch regelbare torenkraan met minimaal vermogen. De betonafmetingen zijn geoptimaliseerd op materiaalbesparing en verder is gekeken naar de meest gunstige transportbewegingen. De afvalscheiding gebeurde in elf fracties.
Lage EPC, hoge duurzaamheid
De installaties in het Inspiratiehuis zijn geoptimaliseerd,waardoor de EPC van het Inspiratiehuis op 65% van de huidige norm ligt. Dit is onder andere bereikt door de geïntegreerde PV-cellen in de sheddaken van het atrium, led-verlichting in de parkeergarage, daglichtafhankelijke regeling van armaturen, aanwezigheidsschakeling op verlichting en ventilatie, WKO in de bodem en vaste architectonische zonwering.
Groene wand
In het ontwerp kwam een wand voor met een helling van 70 graden die vanuit het atrium naar buiten doorloopt. Deze zou groen worden geschilderd of met een groene print afgewerkt. Tijdens de aanleg van de groene daken is bedacht om die schuine wand ook van levend groen te maken, zowel binnen als buiten. Daar is een systeem van Mostert De Winter voor gebruikt: de Modulogreenwand. Deze is ontworpen als waterdicht buitenspouwblad op bijvoorbeeld een hsb-binnenblad.
De binnenbeplanting is luchtzuiverend, wat wetenschappelijk is aangetoond door NASA. De beplanting van de buitengevel vangt fijn stof af. De binnen- en buitenbeplanting verschillen van elkaar vanwege functie en klimaat, maar zijn qua kleur en bladstructuur zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Het groenwandsysteem is voorzien van sensoren die temperatuur en vochtigheid meten. Het volautomatische waterirrigatiesysteem met bemestingsautomaat is gekoppeld aan het gebouwbeheersysteem en is via internet op afstand te beheren. Het systeem gebruikt heel weinig water: binnen is slechts driemaal per week een watergift van 6 à 7 minuten nodig; buiten hangt dit af van het weer. Gekozen is voor gebruik van leidingwater. Het leiding- en pompsysteem is gevoelig voor verontreinigingen, waardoor grijs water te veel gefilterd zou moeten worden. Dat zou te veel energie kosten.
Park 20|20
In het fullservice Park 20|20 wordt – naast bouwkundige C2C-kennisuitwisseling bij de realisatie – ook nauw samengewerkt door energie uit te wisselen en bij de recycling van afvalwater. Er is gemeenschappelijke warmte-koudeopslag en er zijn vijvers om regenwater te bufferen voor toiletspoeling. Afvalwater wordt vergist, waarbij sediment en water worden gescheiden. Met het daarbij ontstane gas wordt elektriciteit opgewekt. Het sediment kan als mest worden gebruikt; het water kan nagefilterd dienen als toiletwater. Daardoor zal het park 90% minder drinkwater gebruiken dan ‘traditionele’ kantorenparken. Het hele terrein is onderkelderd met parkeergarages. Initiatiefnemers van het park zijn Delta Development, Volker Wessels en de Reggeborgh Groep.
