Lichtkoepel als dubbel afgesnoten kegel
Glasstrook tussen twee ovale dakvlakken
Projectgegevens
| Ontwerpteam | Hans Ruijssenaars, de Architectengroep |
|---|---|
| Hoofdaannemer | Heijmans IBC Bouw |
| Adviseur Constructies | Aronsohn Constructies |
| Uitvoering lichtkoepel | Nelissen van Gerwen en Brakel Atmos |
| Start bouw | oktober 2002 |
| Oplevering | juli 2004 |
| Tekst | Henk Wind |
| Foto's | Henk Wind, Ruben Schipper |
De lichtkoepel met 16 m diameter staat op een dak dat 3 graden helt en heeft zelf een dak dat 12 graden helt in tegengestelde richting.
Om de glasplaten tussen de twee dakvlakken vlak te houden is uitgegaan van een kegelvorm. Deze kegel is onder en boven afgesnoten, waardoor twee ovale vormen ontstaan. De grootste diameter van de onderste ovaal bedraagt 16 m, van de bovenste 8 m.
Met deze vier kolommen hoefde de glasconstructie niet dragend te worden. De staalconstructie dient nu slechts ter ondersteuning van de glasplaten. Daarvoor volstond een T-profiel 60x90x8, met daaronder een constructie van rvs-spandraden en drukstaven.
De spandraden zijn diagonaal op de staalprofielen aangebracht. Daardoor dienen de spandraden niet alleen als ondersteuning van de T-profielen, maar kunnen ook torsiekrachten opvangen die ontstaan door de winddruk op de koepel.
Aan de onderzijde van de koepel ontstond een constructief probleem. De grote sparing in het dak leidde op één zijde tot een te groot overstek van een gelamineerde dakligger. Om dat op te lossen doet de onderrand van de koepel nu dienst als raveling. Daarvoor moest in deze rand een volledig rond gewalste stalen koker van 400×200 worden geïntegreerd.
