Membraanconstructie over ijsbaan
De vierhonderdmeterbaan van ijsbaan De Scheg in Deventer was al overdekt. Nu heeft ook het middenterrein een overkapping. De 27 meter hoge, dubbelgekromde membraanconstructie is met een oppervlak van 7000 m2 de grootste in de Benelux.
“Het is een membraanconstructie gemaakt van 1 mm dik polyesterweefsel dat tweezijdig is gecoat met pvc. De dubbele kromming – ofwel de anticlastische vorm van het doek – wordt door de pylonen en de rondom aangebrachte trekstangen op spanning gehouden, waardoor de constructie zelfdragend wordt. Noem het dus géén tent, want een tent heeft een draagconstructie nodig waarover een – meestal geplooid – doek wordt gelegd.”
Theo Salet van het in Deventer gevestigde Witteveen+Bos benadrukt de juistheid van de benaming van de spectaculaire constructie. Die constructie is niet alleen spectaculair qua vormgeving, maar ook vanwege de relatief lage investeringskosten. De spankap maakt het gebruik van het middenterrein minder afhankelijk van weersomstandigheden en maakt ook verlenging van het schaatsseizoen mogelijk. En zo heeft de exploitatie van de ijsbaan weer toekomst.
Satéprikkers
Het idee voor een overkapping kwam voort uit een door Witteveen+Bos en Sportbedrijf Deventer georganiseerde brainstormsessie, waarvoor ook scholen, bedrijven en vertegenwoordigers uit de sportwereld waren uitgenodigd. Vervolgens heeft Sportbedrijf Deventer het architectenbureau
Alberts & Van Huut, dat in 1992 het sportcomplex had ontworpen, verzocht het idee van een kap verder uit te werken in een low-budgetplan.
Projectarchitect Marius Ballieux (thans Ballieux Organic Architects) en de adviseurs van Witteveen+Bos kwamen niet veel later met een even simpel als doeltreffend model van het bestaande gebouw met in het nog lege middenterrein een nylonkous op satéprikkers. Die vorm is nu nog steeds terug te vinden in het uiteindelijke resultaat, zegt constructeur Theo Salet, die samen met zijn collega Hans Laagland het idee van de overkapping heeft uitgewerkt. Een 3D-model en het slim gebruik van BIM-programmatuur zijn daarbij van grote betekenis geweest.
Naar elkaar toe
Na een internationale aanbesteding heeft het Nederlandse bedrijf Poly-Ned uit Steenwijk de membraanconstructie opnieuw geëngineerd (inclusief een randconstructie), doorontwikkeld en samen met de hoofdaannemer Bouwbedrijf Van Wijnen en een team van abseilers gemonteerd. Simon Visser, directeur van Poly-Ned: “Het was een waar huzarenstuk dat veel lokale, nationale en internationale aandacht kreeg.”
De constructie bestaat uit twee pylonen op de kop van de kap. Daartussen staan acht paar pylonen die niet, zoals in dit soort constructies gebruikelijk is, naar boven toe uitwijken, maar juist naar elkaar toe staan. Zo blijft het binnenterrein maximaal vrij van obstakels. Om de pylonen tijdens de bouw uit elkaar te houden maar ook voor een permanente stabiliteit, zijn de pylonen aan de bovenzijde gekoppeld tot een portaal.
Deze opstelling van de pylonen maakte wel dat het doek niet in één stuk rond de pylonen omhoog gehesen kon worden. Visser: “Het doek is nu in vijf elementen aangevoerd en op zijn plek gehesen en pas daarna met versterkte strips en met bouten en moeren mechanisch aan de nokringen bevestigd en aan elkaar gekoppeld tot één membraan van 7000 m2.”
Kabels en kolommen
Het 15 ton wegende membraan wordt aan de randen strak getrokken. Op 40 punten wordt de rand ondersteund door stalen buisprofielen, die onderling gekoppeld zijn en op bestaande maar verzwaarde funderingsvoeten zijn bevestigd. Op deze 40 punten is de rand tevens met horizontale dubbele kabels en een vorkconstructie vastgemaakt aan de bestaande betonkolommen van de buitengevel. De trekkrachten per trekstang zijn 3 tot 6 ton. Bij vier betonkolommen waar de kracht te groot werd, zijn aanvullende voorzieningen getroffen met extra trekstaven naar een nieuw gemaakte fundering buiten het gebouw.
Bij iedere stalen kolom is ook een hemelwaterafvoer opgenomen. Een opstaande rand aan de onderzijde van het membraan leidt het regenwater via een vergaarbak naar de afvoerpunten.
Integraal ontwerp
Voor Theo Salet, die zich doorgaans met grote gebouwcomplexen bezighoudt, was de overkapping van de ijsbaan geen groot maar wel een heel bijzonder project. “Dat komt omdat hier echt sprake was van een integrale werkwijze. Niet alleen omdat alle partijen zeer betrokken waren bij het project, maar ook omdat we hier in de ontwerpfase alle mogelijke technische vraagstukken integraal hebben kunnen oplossen. Brandtechnische en akoestische aspecten, maar ook windbelasting, vluchtroutes en sterkteberekeningen. Alles kon aan elkaar gerelateerd worden dankzij een (in de windtunnel getest) 3D-model van de overkapping én een centraal gebruikt en maximaal benut Bouw Informatie Model (BIM).” Dat had volgens Salet ook een groot positief effect op het voorkomen van faalkosten.
Hans Laagland is heel enthousiast over de mogelijkheden van deze werkwijze: “In BIM hebben we alle van belang zijnde informatie ingevoerd, waarna we direct alle mogelijke resultaten konden uitlezen. Zo was het geluid van alle voorkomende geluidsbronnen opgenomen, zoals het geluid van de schaatsbaan in bedrijf. Een van de geluidwerende maatregelen die we genomen hebben was het dichtzetten van de opening tussen het bestaande dak en de bakstenen gevels rond het gebouw. Met BIM konden we precies zien wat het effect was bij de naastgelegen woningen als er een ruit ontbrak.”
Plezierbaan
De overkapping werd in september opgeleverd. Het binnenterrein is daarna opnieuw ingericht als wintertuin met Noordpoolthema. Nu het schaatsseizoen is gestart, is het effect van de translucente membraanconstructie direct merkbaar. Er wordt niet alleen volop geschaatst, maar ook de kinderen vermaken zich opperbest. Het ijs is er niet sneller op geworden, maar dat was ook niet de inzet. Theo Salet: “Het is geen baan waar nationale of internationale wedstrijden gereden gaan worden. Daar is Thialf voor.

@Diederik. Dit maakt wel wat duidelijk hoewel ik nog steeds het idee heb dat ik vroeger – toen ik nog regelmatig in een tentje sliep – die tent ook in alle richtingen werd afgespannen en het daarbij de kunst was om geen plooien in het doek te krijgen. In elk geval bedankt voor de uitleg.
Nee. Tent zonder trekspanning in alle richtingen (=plooien=flexibel) ofwel zonder dubbele kromming: http://www.jancampertgroep.nl/website/technieken/tenten/tent1.gif
Membraanconstructie met (meestal uniforme) trekspanning en dubbele kromming: http://image.made-in-china.com/2f0j00jCSEuANtEebQ/Membrane-Structure.jpg
Dus de padvinders sliepen vroeger onder een
anticlastische membraanconstructie op spanning gehouden door scheerlijnen?