Rietveld herbouwd met nieuwe detaillering
Tijdelijk paviljoen wordt nu permanent
Gerrit Rietveld ontwierp in 1955 een tijdelijk paviljoen voor de Derde Internationale Beeldententoonstelling in Park Sonsbeek in Arnhem. Na afloop werd het volgens plan afgebroken. Tien jaar later (1965) is het paviljoen als eerbetoon aan Rietveld in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum
herbouwd. Helaas echter grotendeels als exacte replica van het als tijdelijk bedoelde gebouw. Met als gevolg dat het nu, 40 jaar later, echt aan het eind van zijn levensduur was. Reparaties mochten niet meer baten. Onderzoeken wezen uit dat ook renovatie alleen maar zinvol zou zijn als er diverse verbeteringen werden doorgevoerd. En dus besloot opdrachtgever Rijksgebouwendienst uiteindelijk tot een complete herbouw, vertelt projectmanager Jeroen van Asseldonk.
Niet te zien
Uitgangspunt was in eerste instantie hergebruik van zo veel mogelijk materialen, maar uiteindelijk zijn alleen de staalconstructie en een deel van de houten dakbalken hergebruikt. Alle andere materialen zijn nieuw. Zoals ook bijna alle detailleringen nieuw zijn. Maar door innovatieve oplossingen is dat niet te zien. Het uiterlijk van het paviljoen is niet te onderscheiden van het oorspronkelijke paviljoen.
Bertus Mulder
‘Dat was niet alleen een eis van de Rijksgebouwendienst, maar ik zou het zelf ook beslist niet anders willen’, zegt architect Bertus Mulder (81). Mulder heeft nog samen gewerkt met Rietveld, herbouwde in 2002 de Rietveld-aula op de begraafplaats in Hoofddorp , restaureerde onder meer het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, en schreef een boek over Rietveld. ‘Deze opdracht wilde ik per se hebben’, zegt hij over de herbouw van het paviljoen.
Stabiliteit dakvlak
Een heel belangrijk aspect bij de herbouw was de stabiliteit. Het paviljoen bestaat uit los van elkaar staande verticale schijven die verbonden worden door het horizontale dakvlak. Het dakvlak vormde echter geen schijf. Het dak was opgebouwd met zogenaamde Oosterhoutse bouwplaten, ofte wel een rietmat van 50 mm. Daar direct overheen lag de dakbedekking.
In plaats daarvan is nu gekozen voor rietmatten van 25 mm met daaroverheen een laag underlayment om schijfwerking in het dak te brengen. De rietmatten zijn opgelegd op de balken. Midden over de balk is een sponninglat aangebracht, waarop het underlayment is bevestigd.
Afschot
Deze sponninglat is afgeschuind zodat hiermee tevens het dakafschot kon worden gerealiseerd. Voor de daken van de lagere delen was dit afschot voldoende. Voor het grootste en hoogste dak heeft de onderliggende staalconstructie een zeeg van 30 mm gekregen om extra afschot te realiseren.
‘Rietveld legde daken zuiver horizontaal. Hij vond een dakafschot niet nodig voor de daken van toen met mastiek en 50 mm grindballast. Daar mocht best water op blijven staan. Dat zou goed zijn voor de temperatuur onder het dak.’ Maar het leverde wel een doorzakkend dak op en diverse lekkages.
Triflex
De daken worden afgewerkt met Triflex (vloeibaar kunststof). De zichtbare dakrand bestaat echter weer uit een lat waar bitumen met leislag omheen gewikkeld is. Het Triflex wordt ook aangebracht op bovenzijde en koppen van houten balken die een overstek vormen.
De oplegging van de houten balken op de muren is ook verbeterd. Deze liggen nu met een loodscheiding op op een ruggetje van metselmortel dat ook nog eens wordt ingepakt met Triflex. Waar de balkkoppen niet door het metselwerk steken maar in het metselwerk zelf opliggen, zijn deze geheel ingepakt in een loden muts.
Specifieke rietmatten
De 25 mm dikke rietmatten zijn speciaal geproduceerd voor dit project. Dergelijke matten worden normaliter gebruikt voor balkon- en tuinafscheidingen, maar in dit geval was een hogere kwaliteit vereist van het riet en was een andere hoh afstand van het stalen vlechtwerk nodig. Na oplegging op de balken moet het namelijk een doorgaande mat lijken.
Riethandel Jos van Rees & Zn. uit Genemuiden heeft deze matten volgens specificatie laten produceren in Hongarije. De matten zijn in het werk brandwerend geïmpregneerd als extra veiligheid.
B2-blokken
De verticale schijven van het paviljoen bestaan uit zogenaamde B2-blokken. Dit zijn holle betonblokken van 433 x 240 x 202. Deze blokken van Bredero worden echter niet meer geproduceerd en productiemallen waren er ook niet meer. Die zijn voor de herbouw speciaal opnieuw gemaakt. Rietveld gebruikte de blokken namelijk op een unieke manier: plat liggend in plaats van staand. Daardoor wordt de binnenzijde zichtbaar. Die bestaat uit drie holtes, waarvan de buitenste twee doorlopen tot aan de onderzijde van het blok. De middelste holte loopt niet door. Rietveld liet die er op een aantal plekken handmatig uittikken.
Dat wegtikken was in 1955 geen probleem doordat afgekeurde blokken met een inferieure kwaliteit werden gebruikt. In 1965 werden eveneens afgekeurde blokken gebruikt. Maar de nieuwe blokken die nu worden gebruikt, hebben een hogere betonkwaliteit, terwijl mede daardoor ook het betonlaagje onderin wat dikker is. Met als gevolg dat de gaten allemaal moeten worden voorgeboord voordat ze er uit getikt kunnen worden. Een mal maken met drie gaten open was niet mogelijk omdat er ook blokken worden gebruikt waarbij het middelste gat niet wordt opengetikt.
Gewapend metselwerk
Het metselwerk wordt om de twee lagen voorzien van Murfor wapening. De oude wanden waren ongewapend, terwijl Bredero bij een grotere lengte dan 3 meter al wapening voorschreef vanwege (thermische) werking. Ook een andere bouwfout in het metselwerk is nu verholpen. Die betrof de bovendakse delen. Die zijn nu voorzien van lood dat door de gehele muur loopt. De constructieve verbinding met het onderliggende metselwerk is gemaakt middels rvs-pennen. Daardoor blijft het onderliggende metselwerk nu droog.
Stalen kern
Ook belangrijk voor de stabiliteit – met name van de lagere delen – zijn de dakdragende kolommen. In het eerste – tijdelijke – paviljoen waren de houten kolommen ingeklemd in de fundering. Dat was uiteraard alleen geschikt voor een heel korte periode. Bij de herbouw in 1965 werden daarom stalen voeten toegevoegd. Maar ondanks de strakke verbinding tussen hout en staal kwam hier toch water in, dat vervolgens niet meer weg kon. Daarbij was wel de constructieve inklemming komen te vervallen.
Dit is nu hersteld door stalen kolommen te gebruiken met een rvs-voet. De stalen kolommen zijn voor het beeld voorzien van een houten omkleding. In plaats van op een los poertje staan de kolommen nu ingeklemd op een doorgaande funderingsstrook. Ook de verbinding tussen kolom en dakrandbalk is verstijfd.
Kozijnen
De onderdorpels van de kozijnen zijn vervangen door rvs, uiteraard in houtdetaillering en in de zelfde zwarte kleur als het hout. De glaslat langs de onderzijde is wel van hout, maar die ligt aan de droge binnenzijde van het kozijn.
In de kozijnen zou het oude getrokken glas worden herplaatst, maar dat was vanwege veiligheid niet meer acceptabel. Er is nu gekozen voor gelaagd glas met aan de buitenzijde nieuw geproduceerd getrokken glas.
Vloerplaten
Zelfs de vloer van het paviljoen ontkwam niet aan een volledige vernieuwing. Deze bestond uit 15 cm dikke betonplaten van 2,65 x 2,65 m die op zand waren gestort. Daaronder bleek zich echter nog een 30 cm dikke humuslaag te bevinden, waardoor de vloer zakte en scheurde. Ook bleef er water op staan. Dat had moeten weglopen via naden, waarvoor Rietveld latten 20×70 liet instorten die zouden wegrotten. In de praktijk zaten de naden echter vol met zand. Daarbij waren de brede naden ongeschikt voor rolstoelers.
De naden zijn nu gereduceerd tot een breedte van 10 mm en de gewapende betonplaten zijn opgelegd op een fundering met open ruimtes zodat de naden ook daadwerkelijk open blijven.
Prefabricage
De platen zelf zijn heel iets bol gemaakt (10 mm) voor een betere waterafvoer. Bouwbedrijf Hoffman koos er daarom voor om deze platen te laten prefabriceren. Door te werken met zuignappen hoefden geen hijsogen te worden ingestort. Vanwege de vereiste bolling zijn de platen omgekeerd gestort in een mal. Probleem was echter wel dat de bovenzijde moest worden uitgewassen. Dat is opgelost door in de bovenste laag betonvertrager aan te brengen zodat deze laag na het ontkisten alsnog kon worden weggespoeld.
